Filosoof

Filosoof
Filosoof
Frankrijk, N 726.
12 92
3 85
1 70
13
S spant
Hout/Eiken
Karveel
Twee mast
m2 89
Baudouin D 106
125
08/01/1985
hydraulisch
PRM
Filosoof
Verkocht naar Portugal dec2016
Voormalig vissersschip “Frans Germain”, N 726.

Het zoeken en vinden van de geschiedenis.

Bij de aanschaf van Filosoof, December 2006, wist ik dat het om een Belgisch visserschip ging dat gebouwd was door de werf Borrey in Oostende en in dienst was gesteld in 1945.

Volgens de voorgaande eigenaar was het het laatst door Borrey gebouwde schip, dat hij voor zichzelf had bewaard voor pleziervaart.

Dat was moeilijk aanneembaar er verdiende opheldering.

Allereerst via internet met sleutelwoord « Borrey » hetgeen een dokument opleverde getiteld « Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed, deelinventaris houten kustvaartuigen”, door de heer Tom Lenaerts, Augustus 2006. Daarin stond interessante informatie en met name een verwijzing naar het door R. Borrey geschreven boek”Van Boom tot Schip”.

Tevens bevatte dit dokument een interessante foto van scheepjes van Nieuwpoort met hun typische kleuren alswel informatie betreffende de “Jacqueline Denise”, herbouwd door de “Scute” in Blankenberge.

Na wat verdere zoekerij is het gelukt in kontakt te komen met het Vlaams Instituut Voor de Zeevaart en die heeft een geheel gefotocopieerd exemplaar van het boekje van R.Borrey opgestuurd, hetgeen bijzonder interessant bleek.

Vervolgens is kontakt gemaakt met het visserijmuseum in OostDuinkerke en het museum heeft veel interessante informatie verschaft, maar helaas was een schip met de naam “Filosoof” bij hun niet bekend.

Daarna werd kontakt gemaakt met de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer te Oostende. Uitgaande van de datum van de indienststelling van het schip ( net na het einde van de tweede wereldoorlog), kon men vermoeden dat de werf Borrey géén tientallen schepen had geleverd in 1945. En inderdaad, de Overheidsdienst kon er slechts twee vinden in hun archieven; Een schip van 19 of 20 meter en een andere van een kleine 13 meter. Logischerwijze moest mijn schip die “kleine” zijn en na wat verdere uitwisseling ontving ik van de Overheidsdients ( Mijnheer F.Marlein, die ik nog steeds dank voor zijn geweldige medewerking) veel informatie:

• Naam van het schip : Frans Germain
• Visnummer ; Eerst N 39 en vervolgens 726
• Naam eigenaar : Mijnheer Julien Brackman, J.W.Deroolaan, 16, Nieuwpoort.
• Volledige kopie meetbrief N° 3072
• Informatie betreffende de motoren
• Lijsten van vissersvaartuigen 1946,1948 en 1971 waarin N 729 wordt vermeld.
• Enkele briefwisselingen naar de Waterschout.
• ..

Met deze informatie zou het mogelijk moeten zijn nog meer te weten te komen, met name betreffende de aktiviteit van het schip en zijn visgebied.

Dankzij de nieuwe details kon het Visserijmuseum verwijzen naar een boekwerk betreffende de Nieuwpoortse vissserij uitgegeven door het VVV van Nieuwpoort en waarin meerdere afbeeldingen staan van het schip Frans Germain.

De zeilen die nu aan boord van Filosoof zijn, dragen het merk Wittevrongel, Blankenberge. Na dit bedrijf te hebben aangesproken werd spontaan antwoord ontvangen van Mijnheer Staf Wittevrongel, die kon vertelllen wie de zeilen had besteld, wanneer en dat het zeilplan, door zijn vader getekend, nog in de archieven lag. Een kopij van dit originele plan is opgestuurd..

Een volgend kontakt was naar de Vismijn van Nieuwpoort om te zien wat daar in de archieven bestond over Frans Germain die van 1945 t/m 1971 uit Nieuwpoort heeft gevist. Daarop telefoneerde Mijnheer Beschuyt van de vismijn, die kon vertellen dat de Weduwe Brackman nog in leven en hij was zo goed haar telefoonnummer door te geven.

Het leek echter niet raadzaam te telefoneren, niet wetende wat dat voor reaktie teweeg zou kunnen brengen, maar aan de hand van het telefoonnummer was het mogelijk het adres op te sporen en een brief te schrijven, vergetende mijn visitekaartjen bij te voegen.

Na enige tijd ontving ik plots twee e-mails ( één van Annie Brackman en een andere van Frans Brackman , kinderen van Mevrouw Brackman), die mij hadden kunnen opsporen via een zelfs mij onbekende internet-link. Hieropvolgend is er een rijke uitwisseling geweest van informatie en is het mogelijk geweest een gedeelte van de historie van Frans Germain te herschrijven. Door de familie Brackman is mij veel fotomateriaal verstrekt van het schip. Tevens ontving ik het telefoonnummer van Mijnheer Eugeen Blondeel, die modellen bouwt en veel van de scheepjes kent en met hem heb ik een lang en interessant gesprek gehad.

Middelerwijl had ik het boekwerk van R.Borrey in zijn geheel overgenomen op windows-word, zo precies mogelijk als de versie die ik had ontvangen, inbegrepen scans van detail tekeningen en prenten. Ik heb kopij daarvan gestuurd naar de copyright-houders en ik heb tevens een Nederlandse uitgever geinteresseerd gevonden in een heruitgave van het boek.
Maar ik weet verder niet of copy-right houders de Oostendse Heemkundige Kring “De Plate” daar ooit gevolg aan heeft gegeven.

Bij de restauratie van het schip heb ik veel hulp gehad aan de dokumentatie ontvangen van de Overheidsdienst, de kleinkinderen van Mijnheer Julien Brackman, de foto uit het document van T Lenaerts, de fotos uit het Nieuwpoortse VVV boek, het visserij museum in Oostduinkerke, maar ook vanuit de op internet gevonden Beeldbank van Oostende en een Nederlandse Website die veel fotos bevat van vissersschepen, recent en uit het verleden, zowel Nederlands als Belgisch. En ook nog een beetje eigen geheugen.

Er ontbreken nog een paar elementen in de geschiedenis van begin tot heden, met name op welke manier het schip vanuit België naar de Middellandse zee is gekomen.
Ik heb de kinderen ontmoet van de eerste Franse eigenaar, die me beloofd hadden hun vader te vragen of die het wist, maar ik heb verder niets vernomen.
Ik heb verwanten ontmoet van de Belgische eigenaar die het schip heeft uitgerust voor de pleziervaart en die zouden dat ook uitzoeken, maar vooralsnog is daar ook geen antwoord op gekregen.

Hierna volgt dan de historie van het scheepje Frans Germain, nu Filosoof, gebaseerd op de informatie uit bovenstaande bronnen.
Persoonlijke informatie betreffende de familie Brackman is aan deze familie voorgelegd en hetgeen volgt is publiceerbaar met hun toestemming.

Het leven van het schip Frans Germain.

De eigenaar en eerste schipper van Frans Germain was de in 1895 geboren Mijnheer Julien Brackman.
Opdracht tot bouw werd gegeven aan de werf Borrey te Oostende en werd geregistreerd op 18/05/1943 ( waarschijnlijk datum van kiellegging) onder nummer 144.
Mijnheer Julien Brackman en Mevrouw Elisa Neudt hadden twee zonen, Frans en Germain.
Frans voer met de familie Depotter en hun schip liep op een mijn een dag voor het uitbreken van de oorlog, hetgeen aan Frans het leven heeft gekost.
De tweede zoon, Germain, werd geboren op 13/03/1927.
Bovenstaand verklaart de naam “Frans Germain”.
Tijdens de bouw van het schip verbleef Julien Brackman met zijn familie te Zarren vanwege veiligheidsredenen en iedere dag bezochten Julien en zoon Germain per fiets de werf Borrey om het voortgaan van de bouw te volgen.

Uiteindelijk was de oorlog achter de rug en het schip vaarklaar.


De meetbrief N° 3072 gedateerd 25 juni 1945 geeft aan dat het gaat om :
« Motorvissschersschip (korder) Frans Germain N. 39 gebouwd van hout te Oostende hebbende één dek en twee masten zonder dubbelle bodems, voerende Belgische vlag. Bestuurd door den heer en toebehorende aan den heer Brackman Julien, Nieuwpoort.
Lengte van het schip van het achtervlak van den voorsteven, onder den boegspriet, tot den achterkant van den achtersteven : 12m20.
Grootste breedte buitenwerks ; 4m45
Hoogte in het midden van het schip, van het ondervlak van het bovendek tot op de wagering naast den kolsem: 2m00
Lengte van de machinekamer, met inbegrip van de dwarssceepsche vaste kolenbunkers, die van het eene tot het andere boord van het schip doorlopen : 2m45
Nominale drijfkracht der machine : NHP 17 ( Lloyd’s) – Moës N° 41305015, 60 pk. »

Verder is vermeld :
« Luikje voor : 0,62 x 0,64 x 0,16
Groot luik : 0,82 x 0,83 x 0,16
Schijnlicht motorkamer : 1,80 x 1,20 x 0,85
Stuurhuis : 1,42 x 1,57 x 2,10”

« Bruto kubieke meters 61,36, Bruto scheepstonnen van 2m83 : 21,68 »
“ Netto kubieke meters 23,92, Netto scheepstonnen van 2m83 : 8,45 (dit na aftrek van de ruimte van bemanningsverblijven en machine- en ketelruim).
( Het détail van de meetberekening gebruikt een lengte van het meetdek van voorsteven tot achtersteven of gewulf van 13m37 minus 0m05 wegens het vallen van de voorsteven/hangen van de achtersteven, zijnde 13m32, ietsje langer dan de eerder aangegeven 12m20).

De waterschout A.Luyens liet de dokumenten aan boord brengen op 27 juni 1945 « na het innen der meetrechten ».
Op 22 november 1945 werd het visnummer veranderd van N 39 in N 726, maar de naam bleef dezelfde.
Op 3 juli 1945 kwam het schip in de vaart, met als schipper Mijnheer Julien Brackman en vanaf 1949 werd Mijnheer Germain Brackman schipper.

Een nieuwe meetbrief N° 3195 werd opgemaakt op 7 juli 1947 maar een kopij is niet gevonden.
Tevens in 1947 kreeg het schip een andere motor, een Lister Blackstone van 70 PK die op zijn beurt weer werd vervangen in 1959 door een Gray Marine van 80 PK.

De kleuren van Frans Germain waren “standaard” met de bovenkant van het stuurhuis okergeel en de masten eveneens. Na ombouw voor de bokkenvisserij in de jaren ’60 werden de masten en bokken lichtgroen geschilderd.

Aanvankelijk was het werkgebied Smith’s Knoll, een bekende visgrond voor de zuid-oost kust van Engeland. Gedurende die periode duurde de reis ongeveer een week en heeft het schip twee maal kort na elkaar zware stormen meegemaakt, waarbij alles wat niet vast zat in zee verdween. De bemanning vreesde de thuisrede nooit meer terug te zien en het schip stond praktisch rechtop.

Afgezien van De Heren Julien en Germain Brackman is er sprake van nog twee andere bemanningsleden, te weten George Vandenabeele en Jean Piquet.

Ieder jaar werd het schip in de zomer drooggezet voor onderhoud en volledig schilderwerk. De enige vakantie waren de dagen waarop het weer verbood uit te varen.

Onder het stuurhuisje was plaats gemaakt voor 4 kooien met zitbanken ervoor. Er stond en “duveltje” in waarvan de kachelpijp precies midden voor het stuurhuis het dek uitkwam.
De toegang tot het logies ging via een luikje in het stuurhuis.
Achterin het logies was een kraantje voor drinkwater en stonden de vetpotten voor de schroefas.
Er was beperkt navigatie materiaal aan boord ; Radio, Decca, dieptemeter en kompas.
( De officiele lijst der Belgische Vissersvaartuigen 1971 meldde :
Roepnaam : OQCZ, navigatie instrumenten: RF-DF-US, zijnde resp Radiotelefonie, Richtingzoeker, en Ultra Sonore Dieptemeter).
Dat navigatie materiaal was bevestigd tegen de bakboordsachterwand van het stuurhuis.
Wat het comfort aangaat, toilet/douche/badkamer… daar was géén plaats meer voor.
Meestal werd er met drie man gevaren.

De voorpiek werd benut voor het opslaan van materiaal, touwwerk etc.

Na een aantal jaren werd overgeschakeld van de “grote” visserij naar de dagvisserij.( of enkele dagen). Voor haring en sprot werd geregeld gevist “in span” en de partner van Frans Germain behoorde toe aan August en Albert Legein ( Visnummer niet met zekerheid bekend). Er is spake van vangsten van 10 ton haring en dat was een groot tonnage voor dit soort scheepjes.
Gedurende de jaren ’60 werd de techniek van plankenvisserij/zijtrawling vervangen door de bokkenvisserij, met name op garnaal en platvis.

Gedurende zijn aktieve periode heeft Frans Germain éénmaal in de mist de ingang van Nieuwpoort niet gevonden en is op het strand vastgelopen. Losgetrokken door een sleepboot, was er wat averij.

T/m 1971 stond het schip nog ingeschreven in de officiele lijst van vissersschepen met als eigenaar Mijnheer Julien Brackman. In het begin van het jaat werd de aktiviteit gestopt en stapte Mijnheer Germain Brackman over naar de veerdients.
Het schip werd verkocht naar een makelaar in Blankenberge.

Daar verliezen spoor van het schip. Maar in 1975 neemt ene Mijnheer Jacques Decupere (uitbater van de Dancing “La barque à Jacques” Zeebrugge) kontakt op met zeilmakers Wittevrongel in Blankenberge om een zeilplan te ontwerpen voor een “afgedankte” visserssloep. De vader van Staf Wittevrongel heeft dat zeilplan getekend en in 1976 heeft de firma een volledig tuig geleverd, zijnde masten, gieken, staand en lopend want en tevens de zeilen : Grootzeil 36,5 m², fok 16m², kluiver 18,7 m² en bezaan 13,5 m² ( total 84,7 m²).
Ondertussen was het schip danig veranderd door het uitbreken van het dek en het bouwen van een forse roef een een nog forser dekhuis, nogal “in de mode” in die periode voordat men waarde hechtte aan authenticiteit.
Waarschijnlijk is het ook Mijnheer Decupere geweest die het schip de naam “Filosoof” heeft gegeven.

Na deze veranderingen en het plaatsen van de nieuwe masten en weer een nieuwe motor ( Mercedes DM 352, 90 pk) heeft het schip een tijdje in Zeebrugge gelegen.

Vervolgens duikt het schip op in de Middellandse Zee, waarschijnlijk 1977, Ile des Embiez. ( Société Paul Ricard), een nieuwe jachthaven op een eilandje, tegenover Sanary sur Mer ( Halverwege Marseille/Toulon). Blijkbaar was Mijnheer Decupere nog steeds eigenaar, het schip onder Belgische vlag, thuishaven Zeebrugge en er werd af en toe fors feest gevierd. ( is mij verteld).

Op welke wijze Filosoof van Zeebrugge naar de Middellandse Zee is gekomen is op dit moment nog niet bekend.
Een bezoek aan de Douane in Marseille leverde niets bijzonders op, anders dan dat de eigenaar tot aan 22/08/77 nog steeds Mijnheer Decupere was, Ter Doestraat 93, 8381 Lissewege en het nummer 4003, gegeven door het Ministerie van Communicatie te Brussel.

Vermoedelijk is het schip één van de eerste vaste klanten geweest van nieuwe haven Port Saint Pierre op Ile des Imbiez.
Op 6 juli 1978 kreeg het schip de Franse nationaliteit en de Franse vlag en was de eigenaar de Heer Defernez ( wiens kinderen langs zijn geweest in 2007). De familie Defernez heeft enige tijd aan boord gewoond.
In juli 1981 ging het schip over naar Mevrouw Magnan, die ook aan boord heeft geleefd en ik heb recentelijk één van haar dochters ontmoet, die samen met haar moeder aan boord woonde.
In juli 1990 werd de Heer Jacotot eigenaar van 50 % en totaaleigenaar in februari 1991.
Samen met een scheepstimmerman van Portugese origine heeft De Heer Jacotot een heleboel reparatie en onderhoud verricht waardoor het schip waarschijnlijk behouden is gebleven Hij heeft ook op zijn beurt een andere motor aan boord gezet in 1997, een Baudouin 6D106, 120 PK.
Ik ben zelf eigenaar geworden van het schip op 23 november 2006.

De ondernomen restauratie/veranderingen.

Terwijl de vormen van het schip aantrekkelijk zijn, werd het totaal aanzicht verstoord door de te grote opbouw. Die moest er af. Er waren vele keuzen mogelijk om ogenlijk evenwicht terug te vinden. De keuze gemaakt voor de “rebuild” van Jacqueline Denise was er één van. Maar Filosoof, ex N726, was gebouwd als motorvissersschip, niet als zeiljacht en na veel wikken en wegen en uren over tekenblaadjes en schetsen, werd besloten het schip terug te brengen naar zijn originele staat, voor zover dat mogelijk was en rekening houdende met onze hedendaagse normen of eisen voor comfort en veiligheid.

Alleen de kleuren al ( witte moustache, zwart bovenschip, opgehoogd door een okergele bies op het berghout, donkerrood onderschip, donkergroene binnenzijde van de verschansing met knalrode dekstutten,) maakten een groot verschil met de voorgaande editie.
Een speciaal hoofdstuk verdient het stuurhuisje, waarvan de hoofdafmetingen vermeld waren op de meetbrief.
Dankzij informatie en foto’s van de familie Brackman wist ik dat Germain 1m80 meette.
Een van de foto’s laat hem zien met het hoofd door een raampje van het stuurhuis. De ogen zitten midden in het hoofd van de mens, een hoofd gaat ca 7 keer in de lengte van een mens.
En zo kon ik uitrekenen wat de breedte en hoogte van de ramen in het stuurhuis waren en tevens de rondte van het dak. En dat heb ik zo nagemaakt. En net als voorheen is de vloer van het stuurhuis hoger dan het dek, zit de deur stuurboord achter en is de bakboordachterwand gereserveerd voor het elektronische navigatie-gebeuren. Een door mij aangenomen vakman heeft helaas het luikje « naar beneden » precies in het midden aangebracht i.p.v. bakboord en dat gaf nogal wat problemen voor het geleiden van de kabels naar de roerkoning. Derhalve staat de stuurstand nu aan de stuurboordskant van het stuurhuis en niet in het midden.
Hetgeen goed uitkomt, want ik heb niet alleen aan bakboord voor een schuifraam (guillotine, van boven naar beneden..) gemaakt, maar ook aan de stuurboordszijde en daardoor kan ik buitenstaande het wiel en de motorkabels bedienen.

Tijdens de restauratie/de lol om wat te doen te hebben ( gedeeltelijk achter de rug en met nog heel veel voor de boeg) ben ik tegen een aantal onverwachte en niet zo prettige verrassingen aangelopen, waarvan ik de détails maar zal verzwijgen.

We varen vaker en vaker met het schip, motor, zeil, of motor en zeil, en we denken dan aan de mensen die daarmee hun kost moesten verdienen in vaak barre omstandigheden, nat en koud,
slechte zee,zonder comfort, eigenlijk met niks, en dan vragen we ons af met respekt“ hoe deden ze het, wat aten ze, hoe bleven ze droog, konden ze wel slapen ?”

Andere mij bekende schepen van Belgisch komaf ( Er zijn er zeker aanzienlijk meer) :

Vrouwe Suzanna – Nu in Nederland.
Jacqueline Denise – Rebuild in Blankenberge.

Donna Capel – Nu in Engeland.15,8 m. Gebouwd Oostende, 1943. Eerste naam » Françoise Helene ». Verkocht in de jaren ’60 aan Howard Capel in Mousehole, Cornwall. Zijn echtgenote heette Dona, vandaar de nieuwe naam.

Antoinette – Nu in Nederland. 14 meter lang, 4,65m breed. Gebouwd Blankenberge, 1928. Het schip zou genoemd zijn naar de docht van de werfbaas. Het verhaal wil dat het schip tijdens de oorlog is ingezet als mijnenveger en tevens dat gestrandde Engelse piloten met het schip hebben kunnen ontvluchten.